Galapagos zeeleguanen
Galapagos leguanen zijn typische reptielen die je alleen kunt tegenkomen op de Galapagos. Er zijn zeeleguanen en landleguanen die op ieder plekje op de Galapagos weer in andere kleuren of grootte geëvolueerd zijn en daarmee endemisch voor de Galapagos. Zeeleguanen komen alleen op de Galapagos voor en het zijn de enige hagedissen in de wereld die in de zee leven. En er zijn meer heel speciale dingen aan de hand met deze unieke reptielen. Hieronder meer hierover.
Zeeleguanen
Zeeleguanen zijn heel bijzondere reptielen. Het is de enige hagedissensoort in de wereld die in zee voorkomt en dan ook nog eens alleen op de Galapagos. Per eiland of per plekje op een eiland zien ze er anders uit dan op de andere plekken en eilanden, speciaal aangepast aan de begroeiing, het beschikbare voedsel en de ligging. Ze verschillen in kleur en grootte. De basiskleur is grijszwart, maar vooral in paringstijd kleuren ze soms meer in verschillende tinten rood of groen erbij. Je ziet ze dan vaak tegenover elkaar staan terwijl ze ritmisch met hun kop knikken naar elkaar om te imponeren.
De mannetjes zeeleguanen zijn aanmerkelijk groter en langer dan de vrouwtjes. Sommige mannetjes zien er weliswaar heel indrukwekkend uit als een soort vervaarlijke godzillas, maar toch zijn zeeleguanen geheel ongevaarlijke planteneters, met soms eens een sprinkhaan, een kleine octopus of een schaaldier. De zeeleguanen kunnen wel 30 jaar oud worden.
Evolutie zeeleguanen
Heel lang geleden zijn de Galapagos eilanden door vulkanische hotspots in het westen vanuit de zee omhoog geduwd, zo’n 1.000 kilometer voor de kust van Ecuador. Later zijn landleguanen op boomstammen en tak- en bladereilanden helemaal naar deze eilanden gedreven en op verschillende eilanden aangespoeld.
De eerste lichting landleguanen die op de in die tijd nog kale lavarotsen van de Galapagos aankwamen hadden niets te eten. Door honger gedreven gingen ze steeds verder de zee in om algen van de rotsen te eten.
Sommigen werden door de golven mee gezwiept door de sterke golven de zee in en verdronken. Exemplaren met de sterkste klauwen konden zich het beste vast te grijpen aan de rotsen. Die met de platste snuit en de scherpste tanden konden gemakkelijker de algen van de rotsen lostrekken. En de leguanen met de platste staart konden het beste sturen om het water weer uit te komen als ze eenmaal waren meegesleurd door de golven. Door een verandering in hun bloed tenslotte, konden ze steeds langer onder water blijven zonder adem te halen.
Door de generaties heen werden deze eigenschappen steeds duidelijker en sterker. Deze best aangepaste dieren overleefden het langste en hadden de kans om de meeste nakomelingen te produceren met nu van beide ouders deze eigenschappen. Een goed voorbeeld van evolutie.
Met al hun in evolutie opgedane voordelen onder water, hebben de leguanen op indrukwekkende wijze leren zwemmen; de grotere leguanen kunnen daarbij maar liefst 20 minuten onderwater blijven en tot wel 15 meter diep zwemmen. Ze dragen niet voor niets de naam zeeleguanen.
Kijk dus niet gek op als je tijdens snorkelen of zelfs met duiken ineens een zeeleguaan voorbij ziet zwemmen.
Superpowers Leguanen
Daarnaast ontwikkelden ze extra superpowers, zo zou je ze kunnen noemen. Om hier te kunnen overleven ontwikkelden ze zelfs een soort klier die het vele zout dat ze binnenkregen via hun neus helpt uitsnuiten door hun neusgaten, iets dat je ze dan ook geregeld kunt zien doen.
Als ze het koude water in gaan om te grazen daalt hun hartslag met de helft om energie te sparen en zo lang mogelijk in het water te kunnen blijven. Zodra ze terug op de rotsen klimmen, moeten deze koudbloedige reptielen dus direct op de warme lava in de zon gaan liggen om weer op te warmen, totdat ze opnieuw het water in kunnen.
De huid van de leguanen kleurde in de evolutie naar grijszwart om sneller in de zon op te kunnen warmen op de grijszwarte lava rotsen nadat ze een tijd in het koude water hadden gegraasd. Bovendien is het een goede schutkleur tegen vijanden als de Galapagos havik, Galapagos uil en meeuw.
Ondersoorten zeeleguanen
In de loop der tijden zijn er maar liefst 11 ondersoorten zeeleguanen ontstaan op de Galapagos, op de verschillende eilanden met verschillende omstandigheden. De meeste leguanen zijn het grootste deel van het jaar grijszwart van kleur.
In het paarseizoen veranderen de mannetjes dan op verschillende plekken van kleur. Bij Española en Floreana worden ze felgroen en felrood van kleur, met soms wat aquakleurige poten. Op Santa Cruz zijn ze rood-zwart en op Fernandina en Isabela worden de mannetjes vaalgroen en aarderood. Hoewel het verschil in de verkleuringen voor wetenschappers nog steeds een enigma is, zou het mede te maken kunnen hebben met het eten van de rode en groene algen. Jonge dieren herken je aan de lichtere rug-streep.
De zeeleguanen op Fernandina en Isabela zijn de grootste subsoort, de mannetjes worden hier soms wel anderhalve meter lang. Hier is ook het meeste eten voor ze te vinden. Op de Galapagos zijn vier verschillende golfstromen die vanuit alle windstreken naar de eilanden toe komen, waarvan die vanuit zuid en west koude golfstromen zijn.
Evolutie binnen één generatie
Zoals veel dieren in de wereld zijn er ook voor zeeleguanen een aantal bedreigingen. Zo zijn er een aantal invasieve soorten die een bedreiging vormen zoals door mensen meegebrachte honden en katten. Er is microplastic vervuiling in de zee, evenals gif van olielekken. En dan tenslotte is er met regelmaat een gebrek aan hun hoofdvoedselbron, de algen, als gevolg van de El Niño en La Niña fenomenen.
Door El Niño en la Niña verwarmt het zeewater soms van 18 graden naar wel 30 graden. Hierdoor is er in die periode veel te weinig te eten voor de zeeleguanen. Soms verdwijnt er dan in een korte periode de helft van de leguanenkolonies en in sommige jaren zelfs veel meer. Al in de 17de eeuw merkten vissers dit fenomeen en er zijn intussen al soorten uitgestorven zoals bijvoorbeeld de Galapagos damselfish. De leguanen zijn er nog steeds, dus ze zijn klaarblijkelijk in staat dit te overleven. Hoe ze dit doen is superbijzonder, ze evolueren namelijk binnen hun eigen leven.
Hoe doen ze dit?
In periodes van voedselschaarste hebben de leguanen de capaciteit om dunner en korter te worden. Denk hierbij niet aan het verliezen van wat vet. Er verdwijnt daadwerkelijk kraakbeen en steunweefsel en zelfs bot! Ze kunnen daarmee maar liefst 20 procent krimpen, dat is gemiddeld bijna 7 centimeter.
Normaal gesproken zou zo’n evolutie generatieslang duren, bij zeeleguanen gebeurt dit binnen één generatie, dus bij een en hetzelfde dier. Zodra er weer voldoende voedsel beschikbaar is, groeit de leguaan weer. Dus bij hetzelfde dier nog in hetzelfde leven. En dit proces kan bij hetzelfde dier meerdere dingen plaatsvinden.
Niet alleen een geëvolueerde soort dus, maar zelfs evolutie binnen een leven.
Landleguanen
De eerste landleguanen veranderden in evolutie dus allemaal tot zeeleguanen om te kunnen overleven op de kale lavarotsen. Tijden later ontstond er meer vegetatie op de eilanden. Later aangespoelde landleguanen konden toen wel van deze vegetatie leven, zodat ze niet meer de zee in hoefden op zoek naar voedsel. Zij eten vooral cactussen en andere planten en struiken en af en toe insecten, zoals kevers of duizendpoten.
Door de verschillende omstandigheden en het beschikbare voedsel op de Galapagos, zijn ook de landleguanen hier geëvolueerd. Er zijn op verschillende plekken drie soorten landleguanen op de Galapagos geëvolueerd, die nergens anders op de wereld te vinden zijn.
De meest bijzondere is de roze landleguaan, met zwarte strepen op de rug en een zwarte staart, die nog niet zo lang geleden werd ontdekt op een niet toegankelijke vulkaan op het eiland Isabela. De soort is ernstig bedreigd omdat er maar 192 dieren bekend zijn op een gebied van maximaal 15 km2 .
De tweede is de bleke landleguaan met kegelvormige stekels in de rugkam die alleen voorkomt op het eiland Santa Fe, met een oppervlak van maar 24 km2 . Op dit eiland groeien langs de kust mangroven en verder palo santo boompjes. Maar het meest opvallend hier zijn ook de reuzenvijgcactussen die als enorme bomen een soort bos vormen waar je doorheen kunt lopen. De leguanen zitten graag in de schaduw en schuilen tegen roofvogels en de nacht onder struiken of in holen of spleten. Tussen oktober en november graven de vrouwtjes hun 2 tot 20 eieren in die in januari – februari uitkomen.
De derde soort leguaan is de meest voorkomende soort op de Galápagos, namelijk de gele landleguaan, hoewel die er ook weer anders uitziet per plek. De gele landleguanen kunnen wel 70 jaar oud worden.
Wil je helpen beschermen?
Wil je helpen om de zeeleguanen te beschermen? Zie https://galapagosconservation.org.uk/our-work/projects/iguanas-from-above/ een project dat gesteund wordt door de Galapagos Conservation Trust, de International Iguana Foundation, de Zwitserse Vereniging Vrienden van de Galapagos en de Universiteit van Leipzich.
In Nederland is ook een Stichting Vrienden van de Galapagos, die ook direct samenwerkt met organisaties op de Galapagos. Doneren aan deze stichting kan ook en is zeer welkom voor diverse projecten: https://galapagos.nl/